ECLI:NL:CRVB:2009:BK3015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische beoordeling en toepassing Schattingsbesluit
Appellant, geboren in 1959 en werkzaam als plotter, meldde zich arbeidsongeschikt wegens rechter schouderklachten. Het UWV kende hem vanaf september 2004 een volledige WAO-uitkering toe. In april 2006 trok het UWV deze uitkering in omdat het verlies aan verdienvermogen minder dan 15% bedroeg, gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag juist was, maar dat het UWV ten onrechte de maatman had gemaximeerd op 38 uur per week in plaats van 39,73 uur.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad acht de medische beoordeling en de functionele beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst voldoende onderbouwd. Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel en de beperkte terugwerkende kracht van het gewijzigde Schattingsbesluit wordt verworpen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.