ECLI:NL:CRVB:2009:BK3037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk en soortgelijke functies
Appellant, werkzaam als consultant, kreeg na een auto-ongeval een WAO-uitkering toegekend wegens rug-, nek- en schouderklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordelingen door medisch en arbeidsdeskundigen concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk of soortgelijke functies, wat leidde tot intrekking van zijn uitkering per 28 juni 2005.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij meer beperkt was dan aangenomen, mede vanwege een operatie in 2007 en verschillende versies van de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank Almelo vernietigde het bezwaarbesluit uit 2006 vanwege procedurele redenen, waarna nieuw onderzoek plaatsvond. Deskundigen bevestigden dat appellant geschikt bleef voor de maatgevende arbeid en dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het oordeel van de onafhankelijke deskundigen gevolgd moet worden, omdat appellant geen medische gegevens heeft ingebracht die het oordeel kunnen betwijfelen. De Raad acht de medische basis van de besluiten deugdelijk en bevestigt dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk of soortgelijke functies. Hierdoor is de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15%, en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk of soortgelijke functies.