ECLI:NL:CRVB:2009:BK3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen wegens ontbreken verzekeringstijdvakken tijdens huwelijk in Marokko
Appellante, geboren in 1942 en woonachtig in Marokko, verzocht in 2006 om toekenning van een AOW-pensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat zij nooit verzekerd was geweest voor de AOW, noch in Nederland had gewoond of gewerkt. Ook de door haar echtgenoot opgebouwde tijdvakken voor het huwelijk konden niet worden toegerekend aan appellante.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, met verwijzing naar artikel 21, eerste lid, van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko. Dit artikel spreekt over tijdvakken waarover appellante niet verzekerd was, maar haar echtgenoot wel, terwijl zij tijdens het huwelijk in Marokko woonde.
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat deze tijdvakken toch tot verzekering zouden moeten leiden. De Centrale Raad van Beroep vond echter geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank en bevestigde het eerdere vonnis. De Raad zag ook geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het AOW-pensioen aan appellante wegens het ontbreken van verzekeringstijdvakken.