ECLI:NL:CRVB:2009:BK3307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling re-integratievisie met medische en procedurele aspecten
Appellante, voormalig verpleegkundige, kreeg een WAO-uitkering toegekend na ziekmelding met rugklachten. Na herbeoordeling door verzekeringsarts en orthopedisch chirurg werd haar arbeidsongeschiktheid herzien van 80-100% naar 35-45%. Het UWV stelde een re-integratievisie op, waartegen appellante bezwaar maakte.
De rechtbank vernietigde het besluit over de herziening vanwege een fout in de maatmanarbeid, maar handhaafde het medische oordeel en oordeelde dat appellante de geselecteerde functies kon vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de re-integratievisie niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van beroepsgronden.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en bevestigt de medische beperkingen en belastbaarheid. De rechtbank had echter ten onrechte het beroep tegen de re-integratievisie niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellante tijdig en met gronden beroep had ingesteld. De Raad vernietigt daarom het besluit over de re-integratievisie en verklaart het beroep ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Herziening WAO-uitkering bevestigd, besluit re-integratievisie vernietigd wegens onjuiste procedurele behandeling.