ECLI:NL:CRVB:2009:BK3311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering WAO- en WIA-uitkeringen wegens verschillende ziekteoorzaken en arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid sinds 15 juni 2004 niet voortkomt uit dezelfde oorzaak als de eerdere WAO-uitkering tot 4 juni 2003. Tevens werd de WIA-uitkering geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees de vorderingen af, maar kende appellante wel vergoeding van bezwaarkosten toe. In hoger beroep stelde appellante dat zij reeds vóór 2003 psychische klachten had die verband hielden met haar arbeidsongeschiktheid en dat haar beperkingen onderschat waren.
De Raad oordeelde dat de eerdere WAO-uitkering uitsluitend verband hield met fysieke klachten en dat de latere psychische klachten een andere ziekteoorzaak vormen. De medische rapportages bevestigden dat de beperkingen van appellante haar in staat stellen de geschatte functies te vervullen en dat het verlies aan verdienvermogen minder dan 35% bedraagt. De Raad vernietigde het besluit over de wijze van betaling van bezwaarkosten, maar bevestigde de overige uitspraken en zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van WAO- en WIA-uitkeringen en vernietigt slechts het besluit over bezwaarkostenbetaling.