ECLI:NL:CRVB:2009:BK3417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en juiste vaststelling maatmanloon
Appellant, voormalig zelfstandig garagehouder, ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na verkoop van zijn bedrijf trad hij tijdelijk in dienst als adviseur/verkoper, maar meldde zich ziek met toegenomen klachten. Het Uwv herzag de uitkering en trok deze per 1 december 2003 in, op grond van de geschiktheid van appellant voor bepaalde functies met een maatmanloon dat het Uwv vaststelde.
Appellant betwistte de hoogte van het maatmanloon en stelde dat het afgesproken loon van fl. 25.000,- te hoog was. De rechtbank oordeelde dat het Uwv het loon juist had vastgesteld, gebaseerd op het loon dat een ervaren werknemer in de functie volgens de CAO motorvoertuigen zou ontvangen. In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling en verwierp het beroep van appellant.
De Raad stelde vast dat de vergoeding van fl. 25.000,- uitsluitend betrekking had op de functie van bedrijfsleider/toezichthouder en niet op een bewakerstaak. Het maatmanloon van € 13,12 per uur werd als een juiste afspiegeling van de loonwaarde van een gelijksoortige werknemer beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.