ECLI:NL:CRVB:2009:BK3488
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving algemene bijstand als alleenstaande. Verzoeker, het College van B&W Amsterdam, trok de bijstand in per 19 februari 2009 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met zijn zus, wat volgens artikel 3, derde lid, WWB het recht op bijstand als alleenstaande uitsluit.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat verzoeker geen belangenafweging had gemaakt, met name gelet op de zorgtaken die betrokkene bij zijn zus verrichtte en de bemiddelende rol van verzoeker bij het inwonen. Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg om schorsing van de uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen en dat geen spoedeisend belang is gebleken. Verzoeker kan in afwachting van het hoger beroep een nieuw besluit nemen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.