ECLI:NL:CRVB:2009:BK3490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon en toekenning WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant betwistte de vaststelling van zijn dagloon en de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO, omdat zijn dagloon niet was verhoogd met inkomsten uit zaterdag- en zondagtoeslag en overwerk. Het UWV had aanvankelijk het bezwaar ongegrond verklaard, maar wijzigde later het besluit na een herbeoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige. Deze concludeerde dat appellant per 1 september 2001 geschikt was voor zijn functie en dat zijn arbeidsongeschiktheid toen minder dan 15% bedroeg.
De Raad stelde vast dat het UWV het dagloon aanvankelijk te laag had vastgesteld op €100,39 en dat correctie naar €111,72 gerechtvaardigd was vanwege extra toeslagen. De Raad oordeelde dat het UWV het bestreden besluit onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde dit besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel van de Awb.
Verder concludeerde de Raad dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor structurele overwerkmedeberekening, omdat hij slechts in een beperkte periode overwerk had verricht. De Raad bepaalde dat appellant met ingang van 22 februari 2002 recht heeft op een WAO-uitkering van 80-100% gebaseerd op het correcte dagloon. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het dagloon wordt vastgesteld op €111,72 en appellant krijgt een WAO-uitkering van 80-100% toegekend vanaf 22 februari 2002.