ECLI:NL:CRVB:2009:BK3495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken ANW-verzekering echtgenoot
Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2005. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.
Appellante stelde dat haar echtgenoot zich abusievelijk vrijwillig had verzekerd voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) in plaats van voor de ANW en verzocht de betaalde AWBZ-premies aan te merken als ANW-premies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen bewijs was dat een vrijwillige ANW-verzekering was afgesloten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het ontbreken van een ANW-verzekering op het moment van overlijden betekent dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering. Een postume verzekering kan niet worden aangenomen, ook niet bij een vermeende vergissing. Zelfs als de betaalde AWBZ-premies als ANW-premies zouden gelden, was de AWBZ-verzekering beëindigd vóór het overlijden, waardoor geen ANW-verzekering bestond.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.