ECLI:NL:CRVB:2009:BK3555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanfunctie ondanks chronisch pijnsyndroom
Appellante, voormalig administratief medewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens pijnklachten en een chronisch pijnsyndroom. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar maatmanfunctie, een functie met licht fysiek belastende werkzaamheden. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts constateerden geen bewegings- of functiebeperkingen en zagen geen objectieve grond voor een urenbeperking.
De rechtbank bevestigde dit oordeel na het bestuderen van aanvullende medische informatie, waaronder een reumatologenrapport dat geen significante beperkingen aangaf. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat zij niet geschikt was voor voltijds werk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was het eerdere oordeel te herzien. De Raad vond geen aanwijzingen in de medische informatie die het standpunt van het UWV en de rechtbank ondermijnden. De Raad bevestigde dat appellante geschikt was voor de maatmanfunctie en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.