ECLI:NL:CRVB:2009:BK3890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen van onaantastbaar besluit inzake FPU-arrangement
Appellant, werkzaam bij de Rijksgebouwendienst, verzocht om deelname aan het FPU+arrangement, maar dit verzoek werd bij besluit van 21 november 2005 afgewezen en niet aangevochten. Na een uitspraak van de Raad op 7 september 2006 waarbij collega’s van appellant alsnog een arrangement werd aangeboden wegens strijd met het verbod op willekeur, vroeg appellant bij brief van 25 oktober 2006 ook om een dergelijk arrangement.
De minister wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat wordt teruggekomen op het onaantastbare besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het aanbieden van een arrangement aan collega’s een juiste uitvoering is van de eerdere uitspraak en geen nieuw feit vormt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat appellant berustte in het eerdere besluit en er een rechtens relevant verschil is met degenen die nog beroep hadden lopen. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het onaantastbare besluit wordt bevestigd.