ECLI:NL:CRVB:2009:BK3891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbetaling bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid wegens vermeende buitensporige werkomstandigheden
Appellante, werkzaam bij de gemeente Zevenaar, viel op 23 januari 2006 uit wegens ziekte en kreeg vanaf 23 juli 2006 een doorbetaling van 90% van haar bezoldiging op grond van artikel 7:3 van Pro de Zevenaarse Arbeidsvoorwaarden Regeling. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en ook de rechtbank stelde het besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ziek is geworden door excessieve arbeidsomstandigheden, met name na het rapport van organisatieadviseur Bunt in oktober 2005, en dat zij sinds 1999 werd gepest en sociaal geïsoleerd zonder ingrijpen van leidinggevenden. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende feiten en bewijs had aangeleverd om te stellen dat de werkomstandigheden objectief buitensporig waren. De subjectieve beleving van appellante is niet doorslaggevend.
Het rapport van Bunt en de verslagen van functioneringsgesprekken toonden geen aanwijzingen voor buitensporige werkomstandigheden of pesten. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht is gehandhaafd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de korting op doorbetaling van 90% van de bezoldiging terecht is opgelegd wegens het ontbreken van objectief buitensporige werkomstandigheden.