ECLI:NL:CRVB:2009:BK4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens passende arbeidsmogelijkheden ondanks medische beperkingen
Appellante, voorheen werkzaam als opticien, viel uit wegens beenklachten en werkte daarna minder uren op een rustiger locatie. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering omdat zij ondanks beperkingen geschikt werd geacht voor passend werk met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld en dat de belastbaarheid van de functies overeenkwam met deze beperkingen. Medische stukken van appellante gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling.
In hoger beroep werden aanvullende medische rapporten ingediend, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat deze geen aanleiding gaven tot het vaststellen van meer beperkingen op de datum in geding. De Raad onderschreef dit oordeel en bevestigde dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was, waarbij een mogelijke latere verslechtering van de gezondheid buiten beschouwing bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste vaststelling van medische beperkingen en geschiktheid voor passend werk.