ECLI:NL:CRVB:2009:BK4088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-duurzame arbeidsongeschiktheid volgens Wet WIA
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zij duurzaam arbeidsongeschikt was in de zin van artikel 4 van Pro de Wet WIA, hetgeen recht zou geven op een WIA-uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. Het geschil betrof de vraag of haar arbeidsongeschiktheid duurzaam was, waarbij de rechtbank het oordeel van de deskundige longarts Lukker volgde dat verbetering mogelijk is bij het staken van nicotinegebruik en het ondergaan van een klinische longrevalidatie.
De deskundige gaf een heldere en overtuigende inschatting dat, ondanks de chronische aard van haar aandoening, een stabiele of verbeterde situatie haalbaar is bij het stoppen met roken en het volgen van een intensieve behandeling. Appellante kon niet aantonen dat haar aandoening onherroepelijk verslechterend was, mede omdat eerdere poliklinische behandelingen zonder volledige nicotine-abstinentie niet het gewenste effect hadden.
De Raad concludeerde dat de rechtbank het deskundigenoordeel terecht heeft gevolgd en dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is in de zin van artikel 4 Wet Pro WIA. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-duurzame arbeidsongeschiktheid van appellante wordt bevestigd.