ECLI:NL:CRVB:2009:BK4095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, voormalig zelfstandig gevelreiniger, was arbeidsongeschikt gemeld wegens rugklachten en ontving een WAZ-uitkering. Het UWV heeft deze uitkering per 17 maart 2007 ingetrokken na een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor bepaalde functies met minder dan 25% verlies aan verdiencapaciteit.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking en overlegde meerdere medische rapporten, waaronder van een neuroloog en een arbeidskundige, waarin werd gesteld dat hij ernstige beperkingen ondervindt, zoals slaapstoornissen en vermoeidheid. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden echter dat er geen objectief medische grondslag was voor een urenbeperking of volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad acht de medische rapporten van appellant onvoldoende overtuigend en niet van toepassing op de peildatum van het besluit. Ook ziet de Raad geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige. De medische grondslag van het bestreden besluit berust op goede gronden en de functies die als passend zijn aangemerkt, liggen binnen het bereik van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende objectief medische beperkingen.