ECLI:NL:CRVB:2009:BK4100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering ondanks afwijkende medische diagnose
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn WAO-uitkering per 30 augustus 2007, omdat hij vanwege psychische klachten zijn eigen werk niet meer kon verrichten. Het UWV stelde dat appellant met gangbare arbeid ongeveer 90% van zijn loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en benoemde een deskundige, Van Ittersum, die concludeerde dat appellant leed aan een matige ernstige dysthyme stoornis en een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, en bevestigde de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische arbeidsbeperkingen in de FML werden onderschat en steunde zich op de diagnose van zijn behandelend psychiater De Heer. De Raad volgde echter de deskundige van de rechtbank, omdat diens conclusies onderbouwd en inzichtelijk waren en hij gemotiveerd had uitgelegd waarom hij de visie van De Heer niet deelde. Bovendien kwam appellant pas na de relevante datum onder behandeling van De Heer.
De Raad oordeelde dat de geschiktheid van de functies voldoende was toegelicht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen reden gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door R.C. Stam op 20 november 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering van appellant.