ECLI:NL:CRVB:2009:BK4123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV tot vergoeding aanvullende proceskosten in hoger beroep
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV over zijn arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok het oorspronkelijke besluit in en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45-55%. Omdat appellant niet geheel tegemoet werd gekomen, werd het beroep voortgezet met een deskundigenrapport. Uiteindelijk kwam het UWV appellant geheel tegemoet en trok het eerdere besluit in. Appellant trok daarop het beroep in en verzocht vergoeding van proceskosten.
De rechtbank Amsterdam veroordeelde het UWV tot vergoeding van de kosten van de door appellant ingeschakelde deskundige. Appellant stelde in hoger beroep dat ook andere kosten, zoals het indienen van het beroepschrift en het deskundigenrapport, vergoed moesten worden. De Raad stelde vast dat de rechtbank hierover niet had beslist.
De Raad oordeelde dat de kosten voor het indienen van het beroepschrift voor vergoeding in aanmerking komen, maar niet de kosten voor het enkel indienen van het deskundigenrapport. De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat hierover niet besliste en veroordeelde het UWV tot aanvullende proceskostenvergoeding van € 644,00. Tevens werd het griffierecht van € 110,00 vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het UWV tot vergoeding van aanvullende proceskosten van in totaal € 644,00 en het griffierecht van € 110,00.