ECLI:NL:CRVB:2009:BK4137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing inzake ingangsdatum volledige WAO-uitkering
Appellant was het niet eens met de ingangsdatum van zijn volledige WAO-uitkering, vastgesteld op 12 juli 2007 door het UWV. Hij stelde in hoger beroep dat hij een verzoek wilde indienen om terug te komen op eerdere besluiten en dat hij niet de gelegenheid had gekregen om zijn bezwaar mondeling toe te lichten.
De Raad stelde vast dat noch in het verzoek van 12 juli 2007, noch in het bezwaarschrift van 7 april 2008 een verzoek tot herziening van eerdere rechtens vaststaande besluiten was opgenomen. Het bestreden besluit van het UWV kwam volledig tegemoet aan het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering. Daarom mocht het UWV op grond van artikel 7:3 Awb Pro afzien van een hoorzitting.
De Raad benadrukte dat appellant nog steeds een verzoek kan indienen om terug te komen op de besluiten van 5 januari 1994 en 7 januari 2004. De rechtbank had in haar uitspraak een oordeel gegeven over een verzoek dat buiten de reikwijdte van het bestreden besluit viel, maar dit was geen dragende overweging. Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.