ECLI:NL:CRVB:2009:BK4502

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5348 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling proceskosten in bestuursrechtelijke procedure over vergoeding proceshandelingen

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin de proceskosten in eerste aanleg waren vastgesteld op €644.

Het geschil betrof de juiste toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bij de vaststelling van de proceskosten. De Raad constateerde dat in eerste aanleg slechts één proceshandeling voor vergoeding in aanmerking kwam, namelijk het indienen van het beroepschrift, wat één procespunt vertegenwoordigt volgens het Bpb.

De rechtbank had niet duidelijk gemotiveerd waarop de proceskostenveroordeling van €644 was gebaseerd, terwijl betrokkene niet had betwist dat slechts één proceshandeling had plaatsgevonden. De Raad vernietigde daarom de uitspraak voor zover deze de proceskosten op €644 stelde en bepaalde dat de proceskosten in eerste aanleg €322 bedragen.

De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en sloot het geding zonder verdere zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier P. van der Wal op 25 november 2009.

Uitkomst: De proceskosten in eerste aanleg worden vastgesteld op €322 in plaats van €644.

Uitspraak

08/5348 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 28 juli 2008, 07/3227 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).
Datum uitspraak: 25 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De Raad stelt vast dat het geding in hoger beroep beperkt is tot de door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling.
1.2. Het geschil betreft de vraag of de rechtbank met de vaststelling van de proceskosten in eerste aanleg op € 644,-- een juiste toepassing heeft gegeven aan het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dienaangaande overweegt de Raad het volgende.
2.1. Appellant heeft in verband met de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde proceskosten gewezen op de omstandigheid dat de gemachtigde van betrokkene in eerste aanleg slechts één ingevolge het Bpb voor vergoeding in aanmerking komende proceshandeling heeft verricht, die met inachtneming van de bijlage behorende bij het Bpb één procespunt vertegenwoordigt, te weten het indienen van een beroepschrift.
2.2. Uit de aangevallen uitspraak kan niet worden afgeleid waarop de rechtbank de proceskostenveroordeling van € 644,-- heeft gebaseerd. Betrokkene heeft echter, blijkens het verweerschrift, niet betwist dat in eerste aanleg slechts één voor vergoeding in aanmerking komende proceshandeling is verricht. De Raad ziet in de gedingstukken geen aanknopingspunten om het – door betrokkene onderschreven –standpunt van appellant voor onjuist te houden.
2.3. Hetgeen onder 2.1 en 2.2 is overwogen leidt ertoe dat de proceskosten dienen te worden vastgesteld op € 322,--, voor verleende rechtbijstand in eerste aanleg en dat de aangevallen uitspraak in zoverre niet in stand kan blijven.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover appellant daarbij is veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 644,--;
Bepaalt dat de proceskosten in eerste aanleg worden vastgesteld op € 322,-- ;
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) P. van der Wal.
IvR