ECLI:NL:CRVB:2009:BK4502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskosten in bestuursrechtelijke procedure over vergoeding proceshandelingen
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin de proceskosten in eerste aanleg waren vastgesteld op €644.
Het geschil betrof de juiste toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bij de vaststelling van de proceskosten. De Raad constateerde dat in eerste aanleg slechts één proceshandeling voor vergoeding in aanmerking kwam, namelijk het indienen van het beroepschrift, wat één procespunt vertegenwoordigt volgens het Bpb.
De rechtbank had niet duidelijk gemotiveerd waarop de proceskostenveroordeling van €644 was gebaseerd, terwijl betrokkene niet had betwist dat slechts één proceshandeling had plaatsgevonden. De Raad vernietigde daarom de uitspraak voor zover deze de proceskosten op €644 stelde en bepaalde dat de proceskosten in eerste aanleg €322 bedragen.
De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en sloot het geding zonder verdere zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier P. van der Wal op 25 november 2009.
Uitkomst: De proceskosten in eerste aanleg worden vastgesteld op €322 in plaats van €644.