ECLI:NL:CRVB:2009:BK4503

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2209 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging terugvordering onverschuldigde Ziektewet-uitkering

Appellant ging in hoger beroep tegen een UWV-besluit waarin de terugvordering van onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkering over de periode van 19 oktober 2005 tot en met 8 januari 2006, verhoogd met loonheffing, werd gehandhaafd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende aandacht voor de specificatie van het bruto-terugvorderingsbedrag, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact omdat het inhoudelijk juist was.

In hoger beroep stelde appellant dat er nog steeds geen duidelijke specificatie van de terugvordering was, maar het UWV betwistte dit. De Raad overwoog dat op grond van de beschikbare gegevens, inclusief een nadere toelichting van het UWV, niet aannemelijk is dat de berekening onjuist is. Appellant kon ter zitting niet concreet aangeven waarom de berekening onjuist zou zijn.

De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat een door appellant gedane terugbetaling van onverschuldigde WW-uitkering niet relevant is voor deze Ziektewet-terugvordering. Er waren geen aanwijzingen voor een ander oordeel en de Raad bevestigde de vernietiging van het besluit voor zover aangevochten. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit over de terugvordering van onverschuldigde Ziektewet-uitkering.

Uitspraak

09/2209 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 maart 2009, 07/3302 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 25 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en op verzoek van de Raad nadere stukken overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn [vader]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Nederveen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld en door partijen niet zijn betwist. De Raad volstaat met het volgende.
1.2. Bij besluit van 29 maart 2007, hierna: bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 1 januari 2007, waarbij de terugvordering van de over de periode van 19 oktober 2005 tot en met 8 januari 2006 onverschuldigd betaalde uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) is verhoogd met de loonheffing, ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, omdat in de bezwaarprocedure niet op de juiste wijze aandacht was besteed aan de totstandkoming van het exacte bruto-terugvorderingsbedrag. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit zijn in stand gelaten, omdat het bestreden besluit inhoudelijk juist was.
3. Appellant heeft in hoger beroep, kort weergegeven, aangevoerd dat er nog steeds geen duidelijke specificatie is van de terugvordering. Het Uwv heeft dit bestreden.
4.1. De Raad overweegt, mede gelet op de beschikbare gegevens, met name ook de brief van het Uwv aan de rechtbank van 29 augustus 2008, dat niet aannemelijk is dat de berekening van de terugvordering in het kader van de ZW niet correct is. Ter zitting van de Raad is van de zijde van het Uwv nogmaals een toelichting gegeven op de samenstelling van de terugvordering. Desgevraagd ter zitting heeft (de vader van) appellant ook niet concreet kunnen aangeven waarom de berekening van de terugvordering door het Uwv niet juist zou zijn. Ten aanzien van de stelling van appellant dat een door hem gedane terugbetaling van € 847,94 van onverschuldigd betaalde uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) niet in deze berekening is betrokken, sluit de Raad zich aan bij het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak. De terugvordering in het kader van de WW en de terugbetaling daarvan zien op andere besluiten dan hier in geding en kunnen derhalve geen rol kan spelen. In hetgeen overigens van de zijde van appellant naar voren is gebracht ziet de Raad geen aanknopingspunten voor een ander oordeel.
4.2. Het hiervoor overwogene leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en P.J. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) J.M. Tason Avila.
TM