ECLI:NL:CRVB:2009:BK4503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugvordering onverschuldigde Ziektewet-uitkering
Appellant ging in hoger beroep tegen een UWV-besluit waarin de terugvordering van onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkering over de periode van 19 oktober 2005 tot en met 8 januari 2006, verhoogd met loonheffing, werd gehandhaafd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende aandacht voor de specificatie van het bruto-terugvorderingsbedrag, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact omdat het inhoudelijk juist was.
In hoger beroep stelde appellant dat er nog steeds geen duidelijke specificatie van de terugvordering was, maar het UWV betwistte dit. De Raad overwoog dat op grond van de beschikbare gegevens, inclusief een nadere toelichting van het UWV, niet aannemelijk is dat de berekening onjuist is. Appellant kon ter zitting niet concreet aangeven waarom de berekening onjuist zou zijn.
De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat een door appellant gedane terugbetaling van onverschuldigde WW-uitkering niet relevant is voor deze Ziektewet-terugvordering. Er waren geen aanwijzingen voor een ander oordeel en de Raad bevestigde de vernietiging van het besluit voor zover aangevochten. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit over de terugvordering van onverschuldigde Ziektewet-uitkering.