ECLI:NL:CRVB:2009:BK4569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, aan wie aanvankelijk een WAO-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, werd bij besluit van het UWV geconfronteerd met een intrekking van deze uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij op 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder lage rugpijn met uitstraling, depressieve klachten en maagklachten, onvoldoende in aanmerking waren genomen. Hij overhandigde verklaringen van een Duitse Heilpraktiker, zijn psychiater, huisarts en andere artsen. De Raad concludeerde echter dat de medische beperkingen zoals vastgesteld door de primaire en bezwaarverzekeringsartsen van het UWV niet onjuist waren en niet in strijd waren met de informatie van de behandelende sector.
De bezwaararbeidsdeskundige selecteerde, rekening houdend met de beperkbaarheid van appellant, vier voorbeeldfuncties die medisch geschikt werden geacht. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat deze functies passend zijn. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% wordt bevestigd.