ECLI:NL:CRVB:2009:BK4633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van passende functies en medische beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken en later te herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. De rechtbank Arnhem had het bezwaar van appellant afgewezen, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek en de daarop gebaseerde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zorgvuldig en deskundig waren opgesteld. De beperkingen van appellant, met name met betrekking tot zijn linkerschouder, waren adequaat in de FML verwerkt. Er waren geen objectieve medische gegevens overgelegd die aanleiding gaven om aan deze beoordeling te twijfelen.
Daarnaast onderzocht de Raad de arbeidsdeskundige rapportages over de passendheid van de functies waarop appellant werd ingedeeld, zoals wikkelaar, sorteerder/controleur en machinaal metaalbewerker. De functies bleken medisch passend binnen de belastbaarheid van appellant. De Raad vond geen grond om het oordeel van de rechtbank dat het UWV de schatting op deze functies mocht baseren, te verwerpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering van appellant terecht is vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%.