ECLI:NL:CRVB:2009:BK4967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds juli 2005 wegens botontkalking niet meer kon werken als automonteur, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze per 6 juli 2007 toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij geen medische gegevens had overgelegd die de bevindingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zouden weerleggen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door een combinatie van beperkingen niet in staat was om duurzaam loonvormende werkzaamheden te verrichten, althans niet zonder urenbeperking. De Raad stelde echter vast dat appellant deze eigen opvatting niet met medische gegevens onderbouwde. De subjectieve mening van appellant bood geen voldoende grondslag om af te wijken van het oordeel van de rechtbank.
De bezwaarverzekeringsarts had bovendien aangegeven dat er geen objectief medisch vastgestelde beperkingen waren die de arbeidsmogelijkheden van appellant beperkten. De Raad zag geen reden om deze visie te verwerpen en bevestigde dat appellant in staat was de relevante functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.