Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5129

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4418 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
  • T. Hoogenboom
  • C.P.M. van de Kerkhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te laat indienen beroepsgronden door UWV

Het hoger beroep van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage is behandeld door de Centrale Raad van Beroep. Het beroepschrift bevatte geen gronden, hetgeen in strijd is met artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De appellant is bij brief van 27 augustus 2009 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar heeft deze termijn niet benut. Vervolgens is bij aangetekende brief van 28 september 2009 een laatste termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. De beroepsgronden zijn echter pas op 28 oktober 2009 ontvangen, na het verstrijken van de termijn op 26 oktober 2009.

De Raad acht het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en beslist zonder verder onderzoek. De aangevallen uitspraak blijft in stand en van appellant wordt een griffierecht van € 433,- geheven. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat indienen van de beroepsgronden en het griffierecht wordt geheven.

Uitspraak

09/4418 WIA
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 30 juni 2009, 08/7485 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Stichting [naam stichting], gevestigd te [vestigingsplaats].
Datum uitspraak: 2 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 27 augustus 2009 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekend verzonden brief van 28 september 2009 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.
Appellant heeft binnen de in de brief van 28 september 2009 gestelde termijn, welke eindigde op 26 oktober 2009, geen beroepsgronden ingediend.
Pas op 28 oktober 2009 heeft de Raad een brief d.d. 27 oktober 2009 van appellant, bevattende de gronden waarop het hoger beroep berust, ontvangen.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Nu de aangevallen uitspraak in stand blijft, dient van appellant een griffierecht van € 433,- te worden geheven.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 433,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter, en T. Hoogenboom en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) C. Tersteeg.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen en (andere) belanghebbenden binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
TM