ECLI:NL:CRVB:2009:BK5221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling medische geschiktheid en weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een auto-ongeluk in 2005 nek-, schouder- en rugklachten heeft, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Rotterdam onderschreef deze medische beoordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij meer beperkt is dan aangenomen en dat hij de geduide functies niet kan uitoefenen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank niet adequaat had getoetst of de functies medisch geschikt waren voor appellant, wat tot vernietiging van de uitspraak leidde.
De Raad beoordeelde vervolgens het bestreden besluit zelf en onderschreef de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV. Het rapport van een door appellant ingeschakelde arts, opgesteld in het kader van een letselschadeprocedure, werd minder zwaar gewogen omdat het niet op eigen onderzoek was gebaseerd en een andere beoordelingsmethode hanteerde.
De Raad concludeerde dat de functies passend en medisch geschikt zijn voor appellant en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.