Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5340

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1193 AOW + 09-1194 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak inzake AOW en ANW-uitkering

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar beroep tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen. Zij stelde dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden wel verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW), wat recht zou geven op een uitkering. De Raad heeft onderzocht of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die bij eerdere bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De Raad overwoog dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak aan te vechten zonder nieuwe feiten. Verzoekster heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan de wettelijke criteria voldoen. Daarom is het verzoek om herziening afgewezen.

De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 3 december 2009 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/1193 AOW
09/1194 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoekster),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 december 2008, 08/1164 en 08/4039,
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 3 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 31 december 2008, 08/1164 en 08/4039.
De Svb heeft verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2009. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van 22 januari 2008, 06/3348 van de rechtbank Amsterdam bevestigd. Hij heeft daarbij overwogen dat de rechtbank terecht en op goede gronden het beroep tegen het besluit van 2 juni 2006 niet-ontvankelijk heeft verklaard onder de overweging dat verzoekster geen belang meer had bij een beoordeling van haar beroep. De Raad heeft voorts het door de Svb hangende het hoger beroep genomen besluit van 8 juli 2008 bij zijn beoordeling betrokken en het beroep tegen laatstgenoemd besluit ongegrond verklaard. Hij heeft daartoe onder meer overwogen dat appellantes echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW).
2. Verzoekster heeft aan het verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat de Raad in zijn uitspraak van 31 december 2008 een onjuiste beslissing heeft genomen. Voorts heeft zij naar voren gebracht dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden wel verzekerd was voor de ANW en dat zij derhalve recht heeft op een uitkering ingevolge die wet.
3.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht.
3.2. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) W. Altenaar.
RB
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par H.J. de Mooij comme membre, en présence de
W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 decembre 2009.