ECLI:NL:CRVB:2009:BK5371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op de beslissing van 9 oktober 2002 waarin haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 4 december 2002 werd ingetrokken. Dit verzoek werd bij besluit van 28 maart 2007 afgewezen en het bezwaar daarop werd bij besluit van 27 augustus 2007 ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht had geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening van het besluit rechtvaardigden, conform artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In hoger beroep stelde appellante dat nieuwe inzichten omtrent fibromyalgie in haar ziektebeeld aanwezig waren, die destijds hadden moeten leiden tot het achterwege laten van de intrekking van haar uitkering.
De Centrale Raad van Beroep deelt het oordeel van de rechtbank en stelt dat de door appellante overgelegde informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die relevant zijn voor de datum van het besluit. Bovendien had deze informatie bij het verzoek om herziening moeten worden overgelegd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft in stand.