ECLI:NL:CRVB:2009:BK5374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige gronden
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 21 april 2007 werd ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit in stand hield, ging appellante in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat de medische gronden voor de intrekking voldoende zijn gemotiveerd door verzekeringsartsen, die geen objectieve redenen voor zwaardere beperkingen vonden. Echter, de arbeidskundige onderbouwing van het besluit is onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar. De toelichtingen van de arbeidsdeskundigen over de geschiktheid van functies voor appellante zijn niet adequaat gemotiveerd, met name ten aanzien van frequent tillen en torderen.
Hierdoor is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genomen. De Raad vernietigt daarom het besluit en de aangevallen uitspraak, en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige gronden.