ECLI:NL:CRVB:2009:BK5375

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2018 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake een uitkering van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek gegrond was. De Raad verwees voor de wijze van berekening van de wettelijke rente naar een eerdere uitspraak van 1 november 1995. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten, begroot op € 644,- voor rechtsbijstand in beroep en € 322,- in hoger beroep, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend. Tevens wees de Raad erop dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd op 4 december 2009 in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellante.

Uitspraak

08/2018 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 25 februari 2008, 07/1474 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K. Herder, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 18 september 2009 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij fax-bericht van 16 oktober 2009 heeft mr. M.C. Frissart-Kallenbach, kantoorgenoot van mr. Herder, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.
Bij brief van 5 november 2009 heeft het Uwv te kennen gegeven geen gebruik te maken van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de beslissing op bezwaar van
18 september 2009 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
De Raad merkt verder op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 966,-, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) T.J. van der Torn.
EF