ECLI:NL:CRVB:2009:BK5375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake een uitkering van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek gegrond was. De Raad verwees voor de wijze van berekening van de wettelijke rente naar een eerdere uitspraak van 1 november 1995. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten, begroot op € 644,- voor rechtsbijstand in beroep en € 322,- in hoger beroep, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en stelde vast dat het UWV geen verweerschrift had ingediend. Tevens wees de Raad erop dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd op 4 december 2009 in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellante.