ECLI:NL:CRVB:2009:BK5634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over berekening dagloon bij WIA-uitkering en vakantiebonnen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die het beroep van betrokkene tegen een besluit over de WIA-uitkering gegrond had verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank had geoordeeld dat overwerkverdiensten uit februari 2002 ten onrechte niet waren meegenomen bij de dagloonberekening en dat de volledige waarde van vakantiebonnen in plaats van de belaste waarde had moeten worden betrokken. De Centrale Raad stelt vast dat de rechtbank onterecht toepassing gaf aan oudere dagloonregels en dat het dagloon moet worden vastgesteld volgens de WIA en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
De Raad oordeelt dat de overwerkverdiensten die in februari 2004 zijn betaald buiten de referteperiode vallen en terecht niet zijn meegenomen. Ook bevestigt de Raad dat alleen de belaste waarde van vakantiebonnen bij de dagloonberekening hoort, niet de volledige waarde. De regels over vakantiebijslag en extra periodiek salaris zijn niet rechtstreeks of analoog toepasbaar op vakantiebonnen.
Daarmee slaagt het hoger beroep, wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.