ECLI:NL:CRVB:2009:BK5644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijkingsbevoegdheid dagloonberekening volgens artikel 11 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
Betrokkene, werkzaam als kinderfysiotherapeute, ontving een zwangerschapsuitkering op basis van een dagloon berekend volgens artikel 11 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Dit leidde tot een lager dagloon dan bij toepassing van de hoofdregel van artikel 15, eerste lid, van de Ziektewet (ZW).
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat artikel 11 een Pro onaanvaardbare afwijking vormt, waardoor de hoofdregel toegepast moest worden. Appellant, het UWV, stelde in hoger beroep dat artikel 11 binnen Pro de wettelijke afwijkingsbevoegdheid valt en dat de lagere uitkomst het gevolg is van wisselende inkomsten.
De Raad overwoog dat het Besluit geen mogelijkheid biedt voor een langere referteperiode dan artikel 11 voorschrijft Pro. De afwijkingsbevoegdheid in artikel 15, tweede lid, ZW beperkt zich tot regels binnen het uitgangspunt van het historisch dagloon. De lagere uitkomst is inherent aan wisselende inkomsten en vormt geen overschrijding van de bevoegdheid.
Ook het beroep op een telefonische toezegging over een langere referteperiode faalde, omdat hieraan geen juridisch bindend vertrouwen kon worden ontleend. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.