ECLI:NL:CRVB:2009:BK5892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s wegens niet-verantwoorde overuren in loonadministratie
Appellante heeft over de jaren 2002 tot en met 2004 lonen uitbetaald voor overuren die niet in de loonadministratie zijn verantwoord. Het UWV heeft op grond van een fraudeonderzoek correctienota’s opgelegd en deze bij besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.
De Raad stelt vast dat de betalingen voor overwerk niet in de loonadministratie zijn verantwoord, ondanks dat deze wel in de kasadministratie zijn opgenomen. De verklaring van de boekhouder, die met grote stelligheid en onderbouwd heeft aangegeven dat het overwerk werd uitbetaald tegen een tarief van circa €9,08 per uur, wordt als zwaarwegend bewijs beschouwd. Een latere intrekking van deze verklaring door de boekhouder overtuigt de Raad niet.
Appellante heeft voldoende gelegenheid gehad om tegenbewijs te leveren, maar dit is niet geslaagd. De Raad concludeert dat het UWV het besluit tot het opleggen van correctienota’s terecht heeft gehandhaafd en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot oplegging van correctienota’s wegens niet-verantwoorde overuren.