ECLI:NL:CRVB:2009:BK5942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig eigenaresse van een lasercentrum, viel in mei 2004 uit wegens chronische vermoeidheids- en pijnklachten. Na een initiële toekenning van een WAZ-uitkering werd haar belastbaarheid herbeoordeeld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van april 2007 en een arbeidsdeskundig rapport, waaruit bleek dat zij geschikt was voor bepaalde functies met minder dan 25% verlies aan verdiencapaciteit. Het Uwv trok daarop haar uitkering per juni 2007 in.
Appellante maakte bezwaar, maar dit werd door het Uwv en de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de medische beoordeling door verzekeringsarts English-Bijlsma en de bezwaarverzekeringsarts Zwemer juist is, waarbij geen objectiveerbare afwijkingen of ernstige psychopathologie werden vastgesteld. De aanvullende informatie van klinisch psycholoog Koopmans in 2009 bevatte geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel zouden leiden.
De arbeidsdeskundige Langius motiveerde voldoende waarom de functies wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur, parkeercontroleur en beginnend administratief medewerker binnen de belastbaarheid van appellante vielen. De Raad concludeert dat het Uwv terecht de WAZ-uitkering heeft ingetrokken en bevestigt het bestreden besluit. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat haar belastbaarheid volgens medische en arbeidsdeskundige rapporten niet wordt overschreden.