ECLI:NL:CRVB:2009:BK5970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellante ontving over 2003 tot en met 2005 een WAO-uitkering, berekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV stelde de WAO-uitkering over 2004 en 2005 op nihil wegens inkomsten uit arbeid, waaronder inkomsten uit een maatschap en een regressie-reïncarnatietherapie praktijk. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat het UWV het vertrouwensbeginsel had geschonden door haar in een brief te laten geloven dat haar neveninkomsten geen invloed zouden hebben op haar uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. In hoger beroep werd alleen het beroep op het vertrouwensbeginsel aangevoerd; een inhoudelijke grond over de berekening werd als te laat ingediend beschouwd en niet inhoudelijk behandeld. De Raad overwoog dat het UWV niet over alle inkomensgegevens beschikte ten tijde van de brief van 20 mei 2006 en dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het UWV een beslissing pas kon nemen als alle gegevens bekend waren.
De Raad oordeelde dat appellante geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de brief van het UWV en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De nihilstelling van de WAO-uitkering over 2005 wordt bevestigd en het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen.