ECLI:NL:CRVB:2009:BK5972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als steksteekster, staakte haar werkzaamheden in mei 2005 vanwege psychische en gewrichtsklachten. Zij vroeg op 5 maart 2007 een WIA-uitkering aan, welke door het UWV op 5 juni 2007 werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar werd op 27 februari 2008 ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was omdat de primaire beoordeling niet door een geregistreerde verzekeringsarts was uitgevoerd en dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld. De Raad overwoog dat hoewel de primaire beoordeling door een niet-geregistreerde arts was gedaan, dit gebrek in de bezwaarprocedure was hersteld door een geregistreerde arts die appellante had gezien en gesproken. Deze arts beschikte over aanvullende medische informatie en kon afzien van een nieuw lichamelijk onderzoek.
De Raad vond dat de beperkingen van appellante, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst, zorgvuldig waren vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren dat het UWV haar beperkingen had onderschat. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante met haar beperkingen vier van de vijf functies kon verrichten en dat haar verlies aan verdiencapaciteit minder dan 35% bedroeg. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en zag geen reden voor een nader deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.