ECLI:NL:CRVB:2009:BK6399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij een arbeidsongeschiktheid van 80-100% was vastgesteld en later ingetrokken per 17 december 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de functionele beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren onderbouwd, ondanks het ontbreken van een verklaring voor chronische pijnklachten.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen, waaronder persoonlijkheidsstoornis, impulsbeheersingsstoornis, en verslavingsproblematiek, onderschat waren. Hij verwees naar een brief van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en een opname in een instelling in 2008. De Raad concludeerde echter dat deze gegevens onvoldoende aanleiding geven om de FML per 17 december 2006 te betwijfelen, mede omdat na de intake geen behandeling volgde en opname en verslavingsproblematiek pas later plaatsvonden.
De Raad vond geen reden voor een onafhankelijk medisch onderzoek en oordeelde dat appellant de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies met inachtneming van de functionele mogelijkheden kan vervullen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 17 december 2006 wordt bevestigd wegens voldoende medische onderbouwing en passende arbeidsmogelijkheden.