Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6416

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/3629 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 18 maart 2007 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling en de vastgestelde belastbaarheid juist waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functies die haar werden toegerekend haar belastbaarheid overschreden.

De Raad voor de Rechtspraak heeft de gronden van appellante herhaaldelijk besproken en vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling. Er was geen objectief medisch bewijs dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven, waarbij werd toegevoegd dat appellante niet beperkt is in huidcontact en daarom geschikt is voor de functie van elektronica monteur.

De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter G. van der Wiel op 11 december 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.

Uitspraak

08/3629 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 28 mei 2008, 07/5508 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. drs. T. Bissessur, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2009. Appellante was vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen J. van Riet.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 22 januari 2007 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%, per 18 maart 2007 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedraagt.
1.2. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van
12 juni 2007 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 12 juni 2007 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts omtrent de belastbaarheid van appellante op de hier in geding zijnde datum van 18 maart 2007. Daarnaast heeft de rechtbank geen grond om, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid van appellante, er van uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar niet geschikt zouden zijn.
3. Appellante heeft in hoger beroep haar in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald. Haar voornaamste grief behelst dat haar beperkingen zijn onderschat en dat dientengevolge de belasting van de aan de schatting ten grondslag liggende functies haar belastbaarheid overschrijdt.
4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft die overwegingen volledig. De Raad is van oordeel dat hetgeen appellante heeft aangevoerd geen aanknopingspunten biedt voor haar standpunt dat zij meer beperkt is dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is aangenomen. In het dossier is geen objectief medische informatie voorhanden waaruit blijkt dat appellante een specifieke allergie heeft en evenmin dat zij beperkt is in het omgaan met conflicten. De bij faxbericht van 6 oktober 2009 ingediende medische stukken maken dit niet anders. De informatie in die stukken was óf al bij de (bezwaar)verzekeringsartsen bekend en is met de beoordeling meegewogen óf heeft geen betrekking op de datum in geding.
4.2. Voor wat betreft de arbeidskundige component van de schatting kan de Raad de overwegingen van de rechtbank ook geheel onderschrijven. De Raad voegt hier nog aan toe dat appellante niet beperkt is op het onderdeel huidcontact zodat appellante ook in staat wordt geacht de functie electronica monteur (sbc 267040) te vervullen.
5. Gezien het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) A.C.A. Wit.
TM