ECLI:NL:CRVB:2009:BK6464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging correctienota’s premievaststelling WAO wegens termijnoverschrijding
Het geschil betreft de herbeoordeling door het UWV van eerder toegekende kortingen en vrijstellingen op de basispremie WAO over de jaren 2000 en 2001. Hoewel de oorspronkelijke aanvragen in 2006 volledig waren gehonoreerd, stelde het UWV in 2007 correctienota’s op wegens onjuiste procedures en besloot het tot aangifte bij Justitie.
De rechtbank Maastricht vernietigde het besluit van het UWV van mei 2008 dat bezwaar tegen de correctienota’s ongegrond verklaarde, omdat het UWV de wettelijke termijn van vijf jaren voor premievaststelling overschreden had. Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat bijzondere omstandigheden toepassing van die termijn in de weg stonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de genoemde omstandigheden onvoldoende waren om af te wijken van de verjaringstermijn. De Raad stelde vast dat de situatie grotendeels aan het UWV zelf te wijten was vanwege gebrekkige controle en bedrijfsvoering. Daarom was het UWV niet bevoegd om de correctienota’s vast te stellen na het verstrijken van de termijn.
De Raad bevestigde de vernietiging van de correctienota’s en veroordeelde het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de correctienota’s wegens overschrijding van de vijfjaarsverjaringstermijn en veroordeelt het UWV in de proceskosten.