ECLI:NL:CRVB:2009:BK6471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij naar oordeel van het UWV haar eigen werk als inpakster kan verrichten en alternatieve functies met minder dan 35% verdiencapaciteitsverlies beschikbaar zijn.
De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard en een deskundige psychiater geraadpleegd, die de conclusies van de verzekeringsarts bevestigde. De rechtbank zag geen aanleiding om een fibromyalgie-expert te benoemen.
In hoger beroep betoogt appellante dat het deskundigenrapport inconsistent is en dat een fibromyalgie-deskundige noodzakelijk is. Tevens wijst zij op een door een bedrijfsarts ingevulde Functie- en Mogelijkhedenlijst die haar beperkingen groter zou aantonen.
De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het deskundigenrapport heeft gevolgd en geen fibromyalgie-expert heeft benoemd, mede omdat de verzekeringsarts voldoende informatie had over de aandoening. De bedrijfsarts heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor haar lijst en het invullen daarvan valt niet binnen haar specifieke deskundigheid.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.