ECLI:NL:CRVB:2009:BK6491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 13 november 2006. Het UWV had eerder het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. De rechtbank had het beroep van appellante eveneens ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het besluit voldoende was onderbouwd met medische en arbeidskundige gegevens.
De Raad verwijst naar de eerdere overwegingen van de rechtbank en benadrukt dat de medische beoordeling gebaseerd was op informatie van een behandelend systeemtherapeute en de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) en de geselecteerde functies vielen binnen de vastgestelde belastbaarheid van appellante, waardoor haar mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld.
In hoger beroep herhaalt appellante haar bezwaren zonder nieuwe medische of feitelijke onderbouwing te leveren. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af. Tevens wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.