ECLI:NL:CRVB:2009:BK6499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het medisch onderzoek, uitgevoerd door de verzekeringsarts, is als voldoende uitgebreid en zorgvuldig beoordeeld. De beperkingen van appellant zijn juist ingeschat en vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Appellant stelde dat hij mogelijk leed aan primaire lateraal sclerose (PLS), maar deze diagnose is niet gesteld en hij was niet onder medische behandeling daarvoor. Ook in hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische informatie ingebracht die zijn beperkingen anders zou doen beoordelen.
De arbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van verschillende functies, waaronder inpakker en productiemedewerker industrie, vastgesteld. De functie van surveillant bewakingsdienst is buiten beschouwing gelaten omdat appellant geen nachtarbeid verrichtte, conform het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Het wegvallen van deze functie heeft geen invloed op de uitkomst van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant onder de 35% blijft en bevestigt daarmee het besluit van het UWV. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering omdat arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is vastgesteld.