ECLI:NL:CRVB:2009:BK6578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar na diefstal sealbag ondanks intrekking bekentenis
Appellant, werkzaam als arrestantenverzorger bij de politie Rotterdam, werd verdacht van het wegnemen van een sealbag met geld uit een arrestantenkluis. Hij legde op 10 mei 2005 een bekennende verklaring af, maar trok deze later schriftelijk in. De korpsbeheerder legde hem daarop ontslag op, wat na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat op basis van de beschikbare gegevens de overtuiging bestond dat appellant de diefstal had gepleegd. De Raad voor de Rechtspraak bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelt dat in het ambtenarentuchtrecht minder strikte bewijsregels gelden dan in het strafrecht en dat de strafrechtelijke vrijspraak niet doorslaggevend is.
De Raad hechtte grote waarde aan de gedetailleerde bekentenis, die elementen bevatte die wijzen op waarheid, zoals het gebruik van een pasje van een ex-medewerker. Ook het gedrag van appellant na de verklaring en het ontbreken van aanwijzingen voor druk die tot de bekentenis leidde, ondersteunen de overtuiging dat de bekentenis oprecht was.
De Raad acht het ontslag passend gezien de ernst van het plichtsverzuim en de eisen van betrouwbaarheid binnen de politie. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.