Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK6595

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3129 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbArt. 94 lid 12 Besluit algemene rechtspositie politie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding kosten juridische bijstand na intrekking aanstellingsbesluit ambtenaar politie

Appellant was werkzaam als medewerker arrestantenzorg en werd na arbeidsongeschiktheid aangesteld als medewerker serviceorganisatie met een lagere salarisschaal. Tegen het ontslag en de hernieuwde aanstelling maakte appellant bezwaar, stellende dat hij had moeten worden herplaatst en zijn salarisschaal behouden. De korpsbeheerder trok het primaire aanstellingsbesluit in en verving dit door een besluit tot overplaatsing, maar weigerde vergoeding van de kosten van juridische bijstand.

De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af, stellende dat geen sprake was van herroeping van het primaire besluit in de zin van artikel 7:15 Awb Pro. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat intrekking en vervanging van het aanstellingsbesluit niet kan worden gezien als louter een aanpassing van de motivering, en dat dit leidt tot vergoeding van de kosten van bezwaar.

De Raad vernietigt het bestreden vonnis en het besluit van 13 juli 2007 voor zover de vergoeding werd afgewezen. De korpsbeheerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar, beroep en hoger beroep en het betaalde griffierecht. De zaak wordt afgesloten met een vergoeding van in totaal €1.127,- aan proceskosten en €359,- aan griffierecht.

Uitkomst: De Raad vernietigt de afwijzing van vergoeding van kosten juridische bijstand en veroordeelt de korpsbeheerder tot vergoeding van kosten en griffierecht.

Uitspraak

08/3129 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank `s-Gravenhage van 14 april 2008, 07/6195 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden (hierna: korpsbeheerder)
Datum uitspraak: 3 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2009. Appellant is, zoals tevoren aangekondigd, niet verschenen. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W. Kolkman, werkzaam bij de politieregio Haaglanden.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant was werkzaam als medewerker arrestantenzorg bij bureau arrestantenzorg en werd bezoldigd volgens schaal 7. Nadat hij in februari 2005 arbeidsongeschikt was geworden, is hij in het kader van een re-integratietraject werkzaam geweest als medewerker serviceorganisatie. Nadat is vastgesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant minder bedroeg dan 35% is hij bij besluit van 8 maart 2007 aangesteld als ambtenaar van politie in vaste dienst in de functie van medewerker serviceorganisatie bij bureau [naam bureau] en ingeschaald in salarisschaal 5.
1.2. Bij besluit van 23 maart 2007 is appellant meegedeeld dat per 1 maart 2007 aan hem ontslag is verleend als medewerker arrestantenzorg en hij tegelijkertijd is aangesteld als medewerker serviceorganisatie, als gevolg waarvan hij inkomensverlies lijdt. In verband daarmee is aan appellant met ingang van 19 februari 2007 tot uiterlijk 19 februari 2012 een toelage toegekend.
1.3. Tegen beide besluiten heeft appellant bezwaar gemaakt door het indienen van één bezwaarschrift. Hij heeft onder meer aangevoerd dat ontslag en hernieuwde aanstelling niet hadden mogen plaatsvinden, maar dat appellant had moeten worden herplaatst, aangezien de situatie zoals bedoeld in artikel 94, twaalfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie zich niet voordoet. Appellant werkt immers hetzelfde aantal uren als voorheen. Voorts meent appellant dat hij zijn feitelijke salarisschaal 7 dient te behouden omdat dat een verworven recht is.
1.4. Bij besluit van 13 juli 2007 is op het bezwaar als volgt beslist: “Het bezwaar gericht tegen het besluit van 8 maart 2007 is gegrond. Ik herroep het besluit niet, maar pas de motivering aan en bepaal dat u met ingang van 1 maart 2007 bent geplaatst in de functie van medewerker serviceorganisatie bij bureau [naam bureau]. Uw bezwaar gericht tegen het besluit van 23 maart 2007 is ongegrond. (…….). Uit het vorenstaande blijkt dat uw bezwaren formeel niet leiden tot het herroepen van de bestreden besluiten. Echter, in uw geval heb ik besloten beide besluiten in te trekken. Uw beroep op het vertrouwensbeginsel kan formeel juridisch niet slagen, maar ik heb gemeend vanuit goed werkgeverschap betekenis toe te kennen aan het feit dat u tengevolge van een reorganisatie reeds vanaf 1994 wordt bezoldigd overeenkomstig schaal 7.”
Het verzoek om toekenning van een vergoeding van de kosten van juridische bijstand in bezwaar heeft de korpsbeheerder afgewezen, aangezien de intrekking niet heeft plaatsgevonden omdat de besluiten onrechtmatig zijn.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant gericht tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van de kosten van juridische bijstand ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat in dit geval geen sprake is van herroeping van de primaire besluiten in de zin van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.
3.1. In artikel 7:15, tweede lid, eerste volzin van de Awb is bepaald, voor zover hier van belang, dat de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
3.2. De Raad is van oordeel dat nu de korpsbeheerder het primaire aanstellingsbesluit heeft ingetrokken en vervangen door een besluit tot overplaatsing niet kan worden staande gehouden dat uitsluitend sprake is van een aanpassing van de motivering. Dat de korpsbeheerder tevens heeft gesteld dat hij het besluit niet herroept kan daar niet aan afdoen. Daargelaten of dit ook geldt voor het toekenningsbesluit, is de Raad van oordeel dat in elk geval ten aanzien van het aanstellingsbesluit sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb, die tot vergoeding van de kosten van bezwaar behoort te leiden.
3.3. De aangevallen uitspraak, waarin dat niet is onderkend, dient te worden vernietigd.
Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het besluit van 13 juli 2007, voor zover hierbij vergoeding van de kosten van bezwaar als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is afgewezen, vernietigen.
4. Aan appellant komt een vergoeding voor de kosten van de behandeling van het bezwaar toe, welke kosten worden begroot op € 644,-. De Raad ziet voorts aanleiding om de korpsbeheerder te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Waar de Raad deze zaak in beroep en hoger beroep aanmerkt als licht van gewicht, zodat de wegingsfactor 0,5 dient te worden toegepast, stelt hij deze kosten vast op € 483,-, wegens het opstellen van een beroepschrift, een hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting van de rechtbank.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het besluit van 13 juli 2007 voor zover daarbij vergoeding van de kosten van bezwaar is afgewezen;
Veroordeelt de korpsbeheerder in de kosten van bezwaar, beroep en hoger beroep van appellant tot een bedrag van € 1.127,-;
Bepaalt dat de korpsbeheerder aan appellant het door hem in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 359,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) K. Moaddine.
HD