ECLI:NL:CRVB:2009:BK6639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, omdat volgens het UWV zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. De rechtbank had reeds geoordeeld dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig en diepgaand was en dat de beperkingen die zij aannamen strookten met de randvoorwaarden van de behandelende psychiater. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven, waarbij het verlies aan verdiencapaciteit op 0,08% werd vastgesteld.
Appellant stelde dat zijn hoofdpijnklachten waren onderschat en dat hij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de medische grondslag van het besluit juist was. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd bevestigd, waarbij geen aanwijzingen waren dat de functies niet passend waren.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd per 14 februari 2008, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 15% ligt.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.