ECLI:NL:CRVB:2009:BK6654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering bij 25-35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd werd vastgesteld op 25 tot 35%. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de rugklachten de basis vormden voor de uitkering en dat psychische klachten niet relevant waren voor de beoordeling.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen onvoldoende waren weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat psychische klachten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten. Hij bracht aanvullende medische informatie en een arbeidsdeskundig rapport in, waaruit hij volledige arbeidsongeschiktheid afleidde.
De Raad oordeelde dat deze nieuwe informatie geen aanleiding gaf tot herziening van het eerdere oordeel. De verzekeringsarts had appellant geschikt geacht voor rugbesparende werkzaamheden en de FML was dienovereenkomstig opgesteld. De Raad achtte de medische grondslag van de besluiten terecht en vond de functies passend gezien de vastgestelde beperkingen.
De aanvullende stukken, waaronder bewijs van pijnmedicatie, werden niet als relevant beschouwd omdat deze na de beoordelingsdata waren verstrekt. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.