ECLI:NL:CRVB:2009:BK6820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, werd sinds 1989 wegens gezondheidsklachten gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. In 2007 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts haar beperkingen vaststelde en het UWV de uitkering herzag naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat zij geheel geen duurzaam benutbare mogelijkheden had. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderschreven echter het oordeel van het UWV dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de functies passend waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde medische stukken van specialisten, maar de Raad oordeelde dat deze stukken niet betrekking hadden op de datum in geding en onvoldoende objectieve onderbouwing boden voor haar eigen opvatting. De Raad vond geen aanwijzingen dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was of dat de belastbaarheid was overschat en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen onafhankelijk deskundige benoemd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.