ECLI:NL:CRVB:2009:BK6832

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4269 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onderschatting medische beperkingen

Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om hem per 1 november 2007 geen WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de medische beperkingen van appellant niet onderschat waren en de functies die hem werden aangeboden passend waren.

Appellant stelde dat zijn medische beperkingen, waaronder een matige depressie en overmatig alcoholgebruik, onvoldoende waren meegewogen. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts onderschreven echter het oordeel dat appellant beperkingen ondervindt, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst. Dit oordeel was gebaseerd op medische informatie, waaronder van een verslavingskliniek.

De Raad vond geen reden om te twijfelen aan het verzekeringsgeneeskundig oordeel en oordeelde dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de functies voldoende had toegelicht. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat en de functies geschikt zijn.

Uitspraak

09/4269 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 juli 2009, 08/3751 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 15 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant stelde mr. L. Boon, advocaat te Eindhoven, hoger beroep in.
Het Uwv voerde verweer.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 3 november 2009, waar het Uwv zich liet vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers en appellant zich liet bijstaan door mr. Boon.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 25 september 2008 ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Daarbij handhaaft het Uwv zijn besluit van 25 januari 2008. Hierbij deelde het Uwv appellant mee dat hij per 1 november 2007 geen recht heeft op WIA-uitkering.
2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Zij verwierp de beroepsgrond dat de medische beperkingen van appellant zijn onderschat en overwoog dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem geschikt zijn.
3. Appellant herhaalt in hoger beroep dat zijn medische beperkingen zijn onderschat.
4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant zijn werk als warehouseoperator niet meer kan verrichten vanwege de beperkingen door een matige depressie en overmatig alcoholgebruik.
4.2. De (bezwaar-)verzekeringsarts onderschrijft dat appellant medische beperkingen ondervindt. Deze beperkingen zijn vastgelegd in een zogenoemde Functionele Mogelijkhedenlijst. De verzekeringsarts beschikte over informatie van de verslavingskliniek waar appellant onder behandeling was. Het oordeel van de verzekeringsarts is gemotiveerd in haar rapport van 23 november 2007 en de bezwaarverzekeringsarts onderschrijft dat oordeel.
4.3. De stelling dat zijn medische beperkingen zijn onderschat, is door appellant niet met medische stukken onderbouwd. Met de rechtbank ziet de Raad geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig oordeel.
4.4. De geschiktheid van de functies heeft de (bezwaar-) arbeidsdeskundige voldoende toegelicht.
5. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
6. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 december 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) A.C.A. Wit.
IvR