ECLI:NL:CRVB:2009:BK6832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onderschatting medische beperkingen
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om hem per 1 november 2007 geen WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de medische beperkingen van appellant niet onderschat waren en de functies die hem werden aangeboden passend waren.
Appellant stelde dat zijn medische beperkingen, waaronder een matige depressie en overmatig alcoholgebruik, onvoldoende waren meegewogen. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts onderschreven echter het oordeel dat appellant beperkingen ondervindt, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst. Dit oordeel was gebaseerd op medische informatie, waaronder van een verslavingskliniek.
De Raad vond geen reden om te twijfelen aan het verzekeringsgeneeskundig oordeel en oordeelde dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de functies voldoende had toegelicht. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat en de functies geschikt zijn.