ECLI:NL:CRVB:2009:BK6881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAZ-uitkering per 5 juni 2006, omdat hij meende dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat het UWV geen actueel medisch onderzoek had verricht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens procedurele fouten omtrent het maatmanloon, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact omdat de medische en arbeidskundige grondslag juist was.
In hoger beroep betwist appellant opnieuw de juistheid van het medisch onderzoek en wijst op nieuwe behandelingen van psychische klachten en verklaringen van huisarts en fysiotherapeut die een verslechterde fysieke belastbaarheid aangeven. Het UWV handhaaft het standpunt dat appellant functionele mogelijkheden heeft om bepaalde functies uit te oefenen.
De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat appellant in staat wordt geacht de geselecteerde functies te verrichten. De arbeidskundige rapporten motiveren de geschiktheid van deze functies voldoende. Er is geen aanleiding tot het verrichten van een nieuwe keuring of het raadplegen van de behandelend sector, aangezien de verslechtering van de psychische toestand pas na de relevante datum is opgetreden.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering omdat appellant in staat wordt geacht de geselecteerde functies te verrichten.