ECLI:NL:CRVB:2009:BK6888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, die haar werkzaamheden in de thuiszorg had gestaakt vanwege handklachten, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af op grond van het oordeel dat zij in staat was passende arbeid te verrichten. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het oordeel van de door haar ingeschakelde revalidatiearts als doorslaggevend beschouwde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de deskundige had gevolgd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de revalidatiearts zijn conclusies baseerde op een eigen zorgvuldig medisch onderzoek en de beschikbare medische informatie, en dat hij zijn standpunt overtuigend had gemotiveerd. Tevens had de deskundige adequaat gereageerd op de door de verzekeringsarts namens appellante gegeven reactie.
De Raad stelde vast dat er geen bijzondere feiten of omstandigheden waren om af te wijken van de hoofdregel dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige wordt gevolgd. Het vermoeden van een psychiatrische diagnose deed hieraan niet af. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep af.