ECLI:NL:CRVB:2009:BK7016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende toelichting arbeidskundige schatting
Appellante, geboren in 1957, werd in 2007 herbeoordeeld op grond van het voor 1 oktober 2004 geldende Schattingsbesluit, waarbij haar beperkingen werden vastgelegd in een Functionele mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% vast en trok haar WAO-uitkering per 8 november 2006 in. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat er meer beperkingen, met name een urenbeperking, aangenomen hadden moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de FML niet waren overschat. In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven. De Raad oordeelde dat de medische grondslag voldoende was, maar dat de toelichting op het arbeidskundige aspect, met name op duwen, trekken en toetsenbordgebruik, pas in hoger beroep toereikend was gegeven.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.